Met de kop Kinderboekenweek zet iconisch gedicht van C. Buddingh’ in de schijnwerpers maakt Neerlandistiek gewag dat het gedicht »De Blauwbilgorgel« extra aandacht krijgt tijdens de komende Kinderboekenweek (30 september t/m 11 oktober).
Ze noemen het gedicht iconisch en ik zal niet ontkennen dat het een bekend gedicht is. Mijn herinnering is dat ik dit op de middelbare school voor het eerst hoorde en las. En meteen vond ik het een raar gedicht maar ik vond het vooral een makkelijk en goedkoop gedicht.
Als je een rijmende gedicht wilt maken, iets waar we allemaal wel ervaring mee hebben omdat begin december zoiets van ons verwacht wordt, dan weet je dat het juist lastig is om én inhoudelijk én rijmend te zijn. Een nutteloze zin in je sinterklaasgedicht alleen maar omdat je een rijmwoord kwijt moest die verder niet van toepassing is op cadeau of ontvanger.
En toen kreeg ik dit gedicht. Waarschijnlijk dacht ik iets in de trant van, ja zo kan ik het ook. Porgel, porulan, raban, korgel, rabijst, worgel, knezidon, rabon en schorgel, dat zijn allemaal rijmwoorden, de woorden aan het eind van de zin. Ja, zo kan ik ook een gedicht schrijven.
Mijn achting voor meneer Cees Buddingh’ was meteen verdwenen, en ouders die hun kind Sees noemen in plaats van Kees zijn bij mij ook verdacht.
Ik heb nu medelijden met de kinderen van nu die het gedicht voorgeschoteld krijgen, het zogenaamde iconische gedicht.
Begrijp me niet verkeerd ik hou van nonsensgedichten, maar dan wel waar wat moeite voor is gedaan en niet elke tweede zin wat letters op het einde zetten om het maar te laten rijmen.
Men leze beter iets van Kees (met een K) Stip of John O’Mill.
