Sportverslaggevers kunnen niet tellen

Het is bij elke sport hetzelfde, mensen zonder een startkwalificatie mogen achter de microfoon schuiven en moeten vervolgens uren vol kletsen. Nou dat kunnen ze.

De rekenvraag voor vandaag is dus de volgende. Meneer Russel wil nu zijn banden wisselen, daarvoor moet hij de pitsstraat in en verliest dan tijd en plekken. Dat is meestal ergens rond de 20 seconden. Wat in deze situatie zou betekenen dat hij voor meneer Albon zal terechtkomen. Op welke positie is meneer Russel dan?

De sportverslaggever kijkt naar de stand nu en zegt dan dat Russel op plek 14 zal komen. Maar we zien dat als Russel vóór Albon komt, of achter Bortoleto dan is dat natuurlijk plek 13.

Als Russel de pitsstraat in rijdt schuift iedereen een plekje op, net zolang totdat hij weer de baan opkomt, achter Bortoleto. Die is dus een plek opgeschoven naar 12 en daarachter komt Russel, op plek 13.

Dit is geen hogere wiskunde, dit is gewoon praktijkkennis. Albon blijft gewoon op plek 14 rijden, als je voor de deur van Albon terechtkomt dan is dat plek 13.

En dit is iets dat elke race meerdere keren gebeurd, een auto gaat de pitsstraat in en komt dan weer terug op de baan. Met 20 race per jaar, 22 auto’s per race en die meestal 2 pitsstops maken is het routinewerk. Maar Nelson Valkenburg heeft na jaren races kijken niks geleerd.

En dan heb ik het nog niet over het afronden van getallen, alles wordt op duizenden van seconden weergegeven, dat wordt regelmatig afgerond maar wat sportverslaggevers meestal doen is de cijfertjes achter de komma of na de tiendes weg te laten. Als iemand 3,499 seconden voorsprong heeft dan wordt dat in sportverslaggeverstaal drie seconden of 3,4 seconden. Serieus die mensen kunnen niet tellen.