Vandaag weer een voorbeeld hoe de katholieke erfenis tot de dag van vandaag doorwerkt in Vlaanderen. Wanneer was de laatste keer dat jij het woord gebenedijd uitsprak? Ik durf zelfs te beweren dat als je het nu doet, gaat twijfelen hoe je dit woord eigenlijk moet uitspreken. Ik in elk geval wel.
Hier de hele context waar in ik het woord tegenkwam, overigens met openhartige taal van een politicus.
De keuze van de Nederlandsonkundige Boris Dilliès als minister-president van Brussel blijft intussen nazinderen. Groen-viceminister-president Elke Van den Brandt verwijt MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez die keuze. “Die had ook kunnen kiezen voor de tweetalige Valentine Delwart”, zegt ze in De Zondag.
VRTNWS
Vooral omdat Bouchez zelf ook geen gebenedijd woord Nederlands spreekt. “En het is nog altijd wachten op zijn eerste volzin, ik weet het. Dat is een man van valse beloftes.” Van den Brandt gelooft wel dat Dilliès Nederlands zal leren. “Het is niet omdat Bouchez al 7 jaar uit zijn nek kletst, dat ik niemand van de MR nog vertrouw.”
Bouchez en Dilliès zijn twee Waalse politici en spreken beide niet heel goed Nederlands, misschien zelfs wel helemaal geen Nederlands. Dat gebenedijd is een bijvoeglijk naamwoord, er had ook iets kunnen staan als “geen deftig woord” of “geen serieus woord”, denk ik. Maar wat is dat gebenedijd?
Dat achtervoegsel -dijd is al opmerkelijk. In het Groene Boekje staan er naast gebenedijd nog drie andere, gedijd, uitgedijd en vermaledijd.
Gezegend
In een oude Woordpost van Onze Taal uit 2011 lees ik dit
Gebenedijd betekent letterlijk ‘gezegend’. Het werkwoord benedijen ‘zegenen’ is een vernederlandsing van het Latijnse bene dicere ‘goed/verstandig spreken, zegenen’. De pausnaam Benedictus betekent ‘de gezegende’.
In Belgisch-Nederlands wordt gebenedijd ook gebruikt in zinsneden als geen gebenedijd woord en geen gebenedijde ziel; daarin betekent geen gebenedijd(e) ‘geen enkel(e)’. Waar dit gebruik vandaan komt, is niet precies bekend. Het kwam in elk geval in de negentiende eeuw al voor, blijkt uit het Algemeen Vlaamsch Idioticon uit 1870.
Woordpost dinsdag 7 juni 2011