Mijn grote vriend José spreekt ook onvervalst Vlaams, dat gaat meestal goed, wat betekent dat ik het meeste wel begrijp maar ook met José gaat het soms mis.
“Hij moet meer relativeren, dat gecrispeerde moet eruit”: José vindt dat Evenepoel zich meer moet amuseren in de koers
Zo luidt de kop van het artikel. Het komt uit deze alinea:
“Het is een kunst om te gaan met het wielrennen. Je kunt heel veel doen en er heel veel voor laten. Maar je moet je ook afvragen: brengt mij dat allemaal iets bij? Word ik daar beter van? Voel ik mij daar beter van in mijn vel? Hij zou wat relaxter moeten zijn. Dat gespannene, gecrispeerde moet eruit.”
José De Cauwer
José zegt dat Remco niet zo gespannen moet zijn, niet zo gecrispeerd. Schijnbaar zit er voor José een verschil tussen die twee woorden. Waarschijnlijk is het tweede de overtreffende trap van gespannen.
Gecrispeerd, en het lijkt dat alleen het als bijvoeglijk naamwoord gebruikt wordt, het werkwoord bestaat niet in het Vlaams. Want dit komt wel van het Franse werkwoord crisper.
CRISPER conjugaison verbe transitif
Étymologie : xviiie siècle. Emprunté du latincrispare, « friser, rider, onduler ».
1.Contracter une chose en ridant sa surface.Le froid crispe la peau.Le parchemin se crispe quand on l’expose à une forte chaleur.
2.Contracter un muscle, une partie du corps.Un rictus crispait son visage.Des muscles crispés par une crampe.Avoir les nerfs crispés.Ses traits se crispent sous l’effet de la douleur.Par extension.Un sourire crispé,contraint.
3.Fig. et fam.Agacer, impatienter, exaspérer.Les cris des enfants crispaient les voisins.Sa lenteur me crispe.
In het Vlaams Woordenboek wordt het omschreven als nerveus, gespannen.